Lezing en getuigenis Fabian Fajnwaks op 23 januari 2019


Op 23 januari was Fabian Fajnwaks te gast in de lezingencyclus van De Kring. Hij ging van start van met een theoretisch stuk over hoogdringendheid. Het werd een pittige uiteenzetting, waarbij Fajnwaks ons uitnodigde om verschillende wegen te bewandelen waarlangs de hoogdringendheid ons kan leiden. Een uiteenzetting die daarna voor een mooie discussie zorgde. Ik haal hier slechts een aantal punten uit. Zaken die verheldering brachten, verwondering nalieten of net vragen opriepen.





Fajnwaks start met de hoogdringendheid te situeren in de moderne cultuur. Gesteund op sociologe Aubert ziet hij urgentie als de temporaliteit eigen aan onze hedendaagse maatschappij. Een tijd in de logica van het kapitalistisch discours. Een tijd waarin het subject zich verworpen weet.

Daarna zet Fajnwaks de stap naar de analyse en bracht een interessant punt ter berde: urgentie kunnen we niet isoleren als was het iets van het begin van de kuur (vlug vlug, ik moét spreken, het is dringend!) of van het einde van de kuur (dat het nu maar rap gedaan is). Met Lacan weten we dat de urgentie de hele kuur lang speelt. Fajnwaks maakt dit duidelijk door het verschil tussen haast en urgentie te duiden, wat hij specificeert tijdens de discussie. De haast is een teken van de aanwezigheid van een subject, het is de anticipatie van de moment de conclure. De urgentie is eerder iets permanent, iets dat geen anticipatie vormt, dat niet scandeert. Iets wat zich niet inschrijft op het niveau van de waarheid en de overdracht, maar aanwezig is in de bevrediging.

En met die notie van bevrediging komt Fanjwaks bij Freud terecht en de droomduiding. Fajnwaks haalt er de notie uit dat de droom maar één doel heeft: meer lust geven. Lust-Gewinn. Waarbij hij de interessante opmerking maakt dat het gaat om dromen en niet om een droom. Zoals Geert Hoornaert opmerkte in de discussie, het onbewust werkt: het droomt. Het is geen substantie, geen droom.


Dromen brengt ons naadloos bij de getuigenis over de passe die Fajnwaks in het tweede deel van deze zaterdag bracht. Een getuigenis waar het dromen volop aanwezig is. De dromen scandeerden, toucheerden en omcirkelden het verlangen en het genot. Ze gaven zo een opstap om toch iets te articuleren over hetgeen zich schrijft maar waar woorden voor tekort schieten.

Fajnwaks zegt al snel dat hij droomde dat hij naar zijn analyse gaat en zegt ‘dit is het, nu is het gedaan’. De analyticus heeft hem een schouderklopje en zegt ‘voila, nu heb je beslist’. Een droom die schijnbaar naar het moment de conclure zou kunnen leiden, maar zo eenvoudig is het niet. Fajnwaks speelde ‘verlengingen’, zoals in het voetbal. De analyse blijft duren en hij vergelijkt zichzelf met meneer Valdemar die als enige nog niet weet dat hij dood is.

Fajnwaks gebruikt de droom om iets van zijn verhouding tot de Ander te duiden. Een waar hij de hand van de Ander wil vasthouden, de goedkeuring van de Ander nodig heeft, de blik van de Ander zoekt. Om niet de ‘idioot’ te zijn: meesterbetekenaar die hem jarenlang oriënteerde in die verhouding tot de Ander. Daar blijkt ook een eerste effect van de analyse: de idioot krijgt minder gewicht, Fajnwaks durft meer te spreken, maakt zijn zinnen af, is minder geplaagd door een streng Über-Ich. Zijn passage in Gent is daar getuige van! We horen geen angstige man die zijn zinnen niet kan afmaken, maar iemand die helder spreekt en zijn overpeinzingen en vragen voor de leeuwen durft te smijten.

Daarna vertelt hij een andere overdrachtsdroom die het reële stuk van de verhouding met de Ander toucheerde. Hij is in analyse en laat zich wegzinken in de sofa, alsof er drijfzand is, iets waar hij al sinds zijn kindertijd bang voor is. Als hij deze droom vertelt, steekt hij een hand uit naar zijn analyticus. Opdat die hem zou rechttrekken of opdat Fajnwaks hem zou meesleuren? Meesleuren in het moeras van het genot, precies dat legt iets bloot van het reële aspect van de verhouding tot de Ander. Voorbij het strenge Über-Ich, voorbij de idioot.

Dat is wat in deze getuigenis het scherpst naar bovenkwam: een andere verhouding tot de Ander, zowel in haar symbolische kanten als in haar reële stukken. Een sprong in de leegte! Net daarom bleek Fajnwaks geraakt door de foto van Yves Klein die het bureau van de Kring koos voor de affiche van deze studiemiddag. Een foto van een sprong, genaamd ‘de leegte weigeren’.

Volg ons op

#